maandag 2 januari 2012

Poppenkast


Voorop lopen meisjes in kittige kerstpakjes. Ze zwaaien met een kerstslinger, lachen hun witte tanden bloot en worden gevolgd door een paar langzaamrijdende vrachtauto’s met duizenden lampjes. Uit een paar boxen knalt een bekend kerstlied, dat haast onherkenbaar is bewerkt tot bonkig housenummer anno 2011. Daarachter een gesluierde Maria met in haar armen een in lappen gehulde pop als kindeke Jezus. Naast haar Jozef en een paar wijzen met opplakbaarden.

Vandaag vieren de Ecuadorianen eerste kerstdag, maar vorige week werd de kerstvakantie al ingeluid met dit tafereel in het centrum van Ibarra, een middelgrote stad in het noorden van het land. Het is een mooie kersttraditie, want het kindje wordt naar het huis van een familie gebracht waar het de nacht doorbrengt en iedereen mag komen kijken. Een dag later gaat hij naar een andere familie en zo logeert hij verder tot Kerstmis. Ik hoopte op een gemoedelijk optochtje met kinderen verkleed als engeltjes en kaarsjes in de hand. Maar na het kindje Jezus kwamen plotseling een enorm grote ’grote smurf’, mannen met vleugels op de rug, clowns, nog meer rare kabouters, een beer met een rode neus en een zwierige danseres die, naar het leek, net te veel van iets op had. Achter mij stonden twee vrouwen die in discussie waren over wie Maria kon zijn. ,,Was het de meid van de buurtwinkel of de verloofde van die en die?’’ Ik weet niet precies waar ik aan dacht, maar ik kreeg een soort visioen van Limburgs carnaval gemixt met de reclame van een colamerk. Mijn kerstgedachten waren ver weg.
En alsof Kerst nog nog niet genoeg tradities kent, de Ecuadorianen gaan volgende week pas echt los. Vuurwerk gaat hier maar mondjesmaat de lucht in, want voor datzelfde geld kopen ze liever een fles drank om te delen. Bovendien mag je gewoon het hele jaar door afsteken, dan gaat de lol er ook wel af. Wat meer hilariteit brengt zijn de ’muñecos’, levensgrote poppen gemaakt van stof, gevuld met zaagsel en rotjes en met een masker op. Ze worden ook wel ’los viejos’ (de oudjes) genoemd en symboliseren een opmerkelijk figuur dat het afgelopen jaar in het nieuws is geweest. Dat kan Kaddafi zijn, maar ook een bijzondere buurman. De poppen worden op oudejaarsdag overal mee naartoe gesleept en zelfs boven op auto’s gebonden. Om twaalf uur precies gaat de brand erin en dan is het: poppetje gezien, kastje dicht.

(Column 15 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, december 2011)

maandag 26 december 2011

Navidad en Ecuador

Traditionele kerstkoekjes

Kerstster in de zon

Optocht in de stad

Kindjes blij maken

Kerstochtend

maandag 12 december 2011

Kerstcrisis


Dit jaar vier ik Kerst voor het eerst in het buitenland en dat betekent geen familie, geen dikke plak stol met spijs en roomboter en zeker geen kans op sneeuw. Door de hoge temperatuur ben ik nog niet echt in kerststemming, maar de Ecuadorianen hebben al duidelijk zin in het geboortefeest. De winkels puilen uit van de plastic rommel en ook op straat wordt al goed verdiend aan levende mossen voor in de kerststal, mutsen, renpaardjes, religieuze beelden, lampjes en slingers. Een echte dennenboom heb ik hier nog niet kunnen vinden, maar opvallender zijn de tientallen marktkraampjes met bakken vol snoep, chocolade en koekjes. Ze staan langs de weg en zelfs midden op de groenteafdeling in de supermarkt. Een met zoet gevulde kerstsok is hier hét kerstcadeau.

De Ecuadorianen vieren Kerstmis op 24 en 25 december. In dat weekend zitten de kerken bomvol, want 95 procent van de bevolking is katholiek. Eén van de tradities is ’De mis van de haan’ die, vergelijkbaar met onze nachtmis, om twaalf uur ’s nachts wordt gehouden. Rond Kerst is het eveneens gebruikelijk om verkleed als engel, herder of ander kerstfiguur naar de kerk te gaan. Soms lopen er ezels mee en veel families dragen dan een icoon bij zich dat het kindje Jezus symboliseert. Ook komt het vaak voor dat men thuis een varken aan het spit rijgt, dat wordt gedeeld met de buurt. De meeste mensen zitten met Kerst dan ook niet zonder eten, want wie geen mogelijkheid heeft om zelf iets te verbouwen of te kopen, kan altijd wel hier of daar aanschuiven.
Dat er in Nederland een Voedselbank bestaat, die ook in december in het welvarende Gooi zijn noodzaak bewijst, gaat de Ecuadorianen boven de pet. Helemaal gezien het feit dat er in de feestmaand altijd een recordaantal pintransacties plaatsvindt en er miljoenen worden uitgegeven aan cadeaus en boodschappen. En dat, ondanks de financiële crisis. Maar het helpen van minderbedeelden doen ze hier ook. Zo is er al veel op touw gezet; scholen en kerken halen geld op, zowel in de stad als daarbuiten worden spullen ingezameld en uitgedeeld en ik heb gehoord dat er bedrijven zijn die in december op hun kosten nieuwe huizen laten bouwen in de armste gemeenschappen. Miljoenen zullen daar niet in omgaan, maar het gaat om het idee, de gedachte. Alleen een beetje solidariteit zorgt al voor een rijke kerst. Laat die boom dan maar zitten.

(Column 14 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, december 2011)

maandag 28 november 2011

Decemberwens


Beste Sinterklaas,

Voordat u weer langs alle huizen gaat, wil ik graag dat u dit eerst leest. Misschien kunt u zich mij nog herinneren, ik heb vorig jaar geholpen in Laren. Ik had een oudroze fluwelen pak aan en zong zo vals op het bordes van de Prinsemarij dat u mij eventjes streng aankeek. Het pepernoten uitdelen en het zwaaien naar de Gooise kindertjes ging me beter af. En wat is dat toch leuk, al die blije gezichten. Ik zou dit jaar graag weer willen helpen, maar ik woon nu in het Zuid-Amerikaanse Ecuador en hier hebben ze nog nooit van u gehoord. Wel spreken ze uw moedertaal en hebben ze een historische band met uw thuisland. Er wonen dan ook een hoop Ecuadorianen in Spanje en nog zoveel meer zouden zich er graag willen vestigen.

Uiteraard heb ik hier uw levensverhaal aan een paar kinderen verteld, maar echt begrijpen doen ze onze Hollandse traditie niet. Uw spierwitte krulbaard is bijvoorbeeld al een vreemd fenomeen, want grijs haar komt hier zelfs op uw leeftijd weinig voor. Maar ook de gouden staf en het paard zijn uitzonderlijk. Oude mensen lopen met een houten stok en een paard moet je niet het dak opsturen, maar laten ploegen of sjouwen. Ook het zetten van een schoen is in hun ogen onnozel, want een wortel eet je toch zeker lekker zelf op? En dan zal je net zien dat dat paard ook nog eens je schoen meeneemt.
Het enige waar ze niet van opkijken zijn de cadeautjes. Ook al komen ze uit een vreemd pakhuis en worden ze overgebracht in een versierde stoomboot, waarna ze uiteindelijk in een stinkende zak via de schoorsteen in de huiskamer belanden; cadeautjes zijn cadeautjes. Daar worden kinderen blij van, waar ook ter wereld. Veel Ecuadoriaanse kinderen weten echter niet eens wat een speelgoedwinkel is, laat staan een verlanglijstje. Je maakt ze al erg blij met een ballon of een stuiterbal.

Ik heb gehoord dat de Sinterklaasbank ook dit jaar weer flink moet helpen zodat u geen huizen in het Gooi vergeet. Dat moet haast wel betekenen dat alle kindjes lief zijn. Hopelijk begint u bij die schoorstenen waar de cadeautjes niet als vanzelfsprekend met zakken tegelijk naar binnen vallen. Als u belooft daarna meteen door te stomen naar Ecuador, dan beloof ik u hier weer te helpen.

P.S. En vergeet vooral niet heel veel pepernoten mee te brengen.

(Column 13 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, november 2011)

maandag 31 oktober 2011

Dichtbij


Ik zag haar voor het eerst op een bloedhete dag. Ik stond op de bus te wachten en zij liep langs de weg. Ze duwde iets voor zich uit dat moeizaam de berg op ging. Toen ze dichterbij kwam zag ik dat het een buggy was, een donkerblauwe met een versleten luifeltje en drie wieltjes. Het ding rolde niet meer en zij had het warm. Haar mond stond half open. In het wagentje lag een meisje te slapen en op haar schoot stond een smoezelig hondje dat balans probeerde te houden op zijn magere pootjes. Ik keek de jonge Ecuadoriaanse vrouw aan en ze stopte met lopen. Het hondje plofte neer. Ze zag mij ook, keek vervolgens snel achterom alsof er een auto aan kwam, veegde een donkere pluk haar uit haar gezicht en boog zich even over haar dochter. Hierna hobbelde ze weer verder met haar mond nog altijd open.
Ik twijfelde of ik achter haar aan zou rennen, misschien kon ik haar wat geld geven voor de bus. Maar dat durfde ik niet. Even later nam ze het paadje naar haar huis. Die ken ik nu, want ik zou haar daar nog vaak zien. Het huis staat hoog op een klein stukje land, precies in de ronding van een haarspeldbocht. Er lopen daar meerdere honden en als je goed omhoog kijkt zie je een wasplaatsje met een drooglijn en daarnaast drie scheefstaande schotten, waarschijnlijk de wc. Het huis lijkt niet groter dan één enkele kamer en is gebouwd van grove kleistenen. Het golfplaten dak is een beetje verzakt en de vensters zijn eenvoudig; een gat in de muur met een vuilniszak ervoor. Binnen moet het aardedonker zijn, maar buiten wapperen de vrolijk gekleurde kinderkleertjes in de zon.
Volgens mij woont ze daar niet alleen. Ik heb haar meerdere keren in de bus zien zitten naast een oudere man, die het kleine meisje aan het lachen maakt. Zij kijkt meestal uit het raam met haar mond open, maar ze zegt niet veel. Ik schat haar rond de twintig jaar. Afgelopen week zag ik haar bij het wasplaatsje staan. Ze tuurde in de verte. Ik weet wat ze ziet, ik ken die bergen ook heel goed. Maar waar denkt zij aan? Waar droomt zij over? Ik weet niet of ze mij al herkent, maar de volgende keer doe ik het gewoon. Dan roep ik: ’dag buurvrouw’.

(Column 11 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, oktober 2011)

dinsdag 18 oktober 2011

Najaarsblues


Iets over het weer? De natuur? Of iets met traditioneel Ecuadoriaans eten? Nee, ik bedacht me dat het misschien wel leuk is om deze keer iets over mijzelf te vertellen. Want algemene observaties zijn mooi, maar emigratie brengt natuurlijk ook hartverscheurende heimwee en een hoop gesnotter met zich mee. En dat scoort altijd goed.
Vorig jaar nog keek ik nog naar die tv-programma's waarin Nederlandse vrouwen (het zijn bijna nooit de mannen, hoe gek zijn wij eigenlijk?) hun liefde achterna gaan en zich settelen in het verre buitenland. Het ziet er allemaal heel romantisch en exotisch uit: hij is beretrots op zijn blanke Europese vrouw, zij is helemaal klaar voor het grote avontuur. Daarbij wil zij haar 'eigen ding' niet opgeven, gevolgd door een scène van een blij blondje die al trimmend, inclusief zweetband en mp3speler, een sloppenwijk verkent. Wat een contradictie.
Tot hier zijn de verhalen altijd leuk, maar daarna komt vaak een trieste 'drie maanden later…' en dan zie je hem in zijn element in de pure natuur, terwijl zij er achteraan sjokt in een zompig rijstveldje snakkend naar een normale kantoorbaan en hockey op zaterdag. Dat kan nooit lang goed gaan, denk je dan.
Het hele jaar door groen; hoe doen ze dat?
Ikzelf heb ook van die momenten alleen zijn ze bij mij gelukkig van vrij korte duur. Ik kan soms volschieten als ik denk aan eten bij moeders, dat ik niet even om een hoekje kan kijken. Ook mis ik borrelen met vriendinnen, patat op vrijdag bij zus, het opgroeien van neefjes en nichtjes, feestjes, verjaardagen en natuurlijk nieuwsjagen in het Gooi. Maar het zijn momentopnames, want ook hier heb ik veel goeds.
De heimwee was het ergst in de eerste weken, want toen miste ik hier eveneens een hoop. Zit je in het café met een groep Ecuadorianen te drinken, kun je niet meelachen omdat je de grap mist. Dan voel je je wel even eenzaam, maar we zijn inmiddels zeven maanden verder en mijn wereld hier wordt groter en Nederland steeds kleiner. Toch sta ik nog altijd met één been overzee. Want - om toch nog iets over weer te zeggen - als ik lees dat Holland opnieuw een ijskoude winter staat te wachten, dan denk ik automatisch aan het opsnorren van mijn dikke winterjas. Ik wacht zelfs op de herfst, zo diep zitten die seizoenen in mijn systeem. Maar de herfst komt maar niet. Ik zal ’m toch niet gemist hebben?

(Column 10 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, oktober 2011)

maandag 17 oktober 2011

Niet ver van huis...



dinsdag 4 oktober 2011

Busritje


Tot mijn dertigste deed ik alles met het openbaar vervoer. Echt ideaal en goedkoop is het niet, maar je komt wel overal. Toen ik mijn eerste autootje kocht en in Laren kwam te wonen, ging ik nog amper met de bus. Het gedoe rond het openbaar vervoer in het Gooi ben ik wel altijd blijven volgen, want ik vind dat mensen die niet willen of kunnen autorijden wel goed en toegankelijk openbaar vervoer tot hun beschikking moeten hebben. Ook in het Gooi, met of zonder speciale busbaan. En dan niet maar één keer in het uur. Dat is net niks.

In Ecuador is de bus een populair vervoersmiddel. Niet alleen rijden ze overal naartoe, je kunt ook overal opstappen en er zo weer uit springen. Niks geen haltes, opstaptijden of in- en uitchecken en dat voor een habbekrats. Een busritje van een half uur kost hier gemiddeld 45 dollarcent en daarvoor word je niet alleen naar de plek van bestemming gebracht, ook mag je het onderste laadruim vullen met zakken rijst, een half schaap of een nieuwe stoel. Soms reist er een muzikant mee en vaak worden er in het gangpad ijsjes, zakjes bonen en chocoladerepen verkocht, want de Ecuadorianen zijn gek op eten tijdens het reizen. Hier hoef je voor het instappen niet je zak patat weg te schrokken, wel is het verstandig je stoel te inspecteren voordat je gaat zitten.

Afgelopen maand waren er vriendinnen uit Nederland op bezoek. Na ruim duizend kilometer rondtoeren in de jeep was het tijd om eens zo´n buservaring op te doen. Ik zag hun hoofden al voor me, hobbelend op een harde bank met op de achtergrond Ecuadoriaanse smartlappenmuziek en vieze wapperende gordijntjes. Maar helaas was de bus deze keer een hele schone en gewone, bijna een ’Hollandse’ en we waren ook nog eens de enige passagiers. Na een rustig ritje van tien minuten bergaf werd de bus plotseling aan de kant gezet, waarop de chauffeur zomaar weg wandelde, ons en een nog draaiende motor achterlatend. Ruim vijf minuten later stak hij zijn hoofd om de hoek van een eettentje, samen met een groot bord eten. Hij keek even naar zijn bus en toen naar ons en je zag hem denken: ’Even lunchen, hoor. Die meisjes wachten wel.’
Na een paar minuten zijn we alsnog overgestapt, want dat is de Ecuadoriaanse dienstregeling. Is het deze niet, dan gewoon de volgende.

(Column 9 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, september 2011)

maandag 19 september 2011

Torro


Ik kan slecht tegen dierenleed. Van doorgedraaide circusberen en ’schouderaapjes’ word ik boos en ook straathonden wil ik allemaal mee naar huis nemen. Van laatstgenoemde zijn er bijzonder veel in Ecuador, maar de meeste honden hebben gelukkig wel een huis waar ze een kliekje krijgen in ruil voor een beetje waakzaamheid. Opvallend is dat er hier geen enkele viervoeter aan de lijn loopt, maar in de dierenwinkel zijn er wel bodywarmertjes en broekjes te koop voor schoothondjes die niet groter zijn dan een flinke cavia. Ook dat noem ik dierenleed. En over knaagdieren gesproken; zij worden niet zoals in Nederland vertroeteld op een laagje hooi met zo’n leuk tredmolentje erbij, maar in zijn geheel geserveerd op een bord, glanzend geglazuurd naast een hoopje rijst en een blaadje sla.

Een paar weken terug heb ik de Torros Populares bezocht, een stierengevecht in het plaatsje La Esperanza aan de voet van de vulkaan Imbabura. Ook bij het woord ’torro’ gaan mijn nekharen overeind staan, maar mij werd verzekerd dat dit een diervriendelijke happening zou zijn, dus ging ik mee onder het mom van cultuur opsnuiven. Deze Torros Populares is anders dan de Spaanse variant, in die zin dat iedereen mag meedoen en er geen bloed vloeit, maar des te meer pilsener. Op het veld staan dan ook tientallen mannen en een enkele señorita; de één met een knalrood shirt aan, de ander met een versleten cape. De grote, zwarte stieren van het type Ganado Bravo, staan bekend om het feit dat ze het niet zo hebben op mensen. En dat blijkt, want nadat de eerste stier in een hoek is gedreven en een beetje opgejut, stuift hij schuimbekkend het veld op.
Het beest heeft duidelijk geen focus, rent alle kanten op en zorgt voor hard gegil op de tribune. Ik begin me serieus zorgen te maken om alle partijen, maar na een rondje rennen van de stier zitten de meeste gevluchte ’matadors’ alweer boven op het hek.

Opgelucht haal ik adem, want het lijkt me duidelijk: de dieren hebben hier de overhand en keren straks gewoon weer terug naar hun vertrouwde grasveldje. Alleen de grootste machoman waagt nog een poging, scheurt tijdens een lancering uit zijn broek en krijgt hier later op het podium een luid applaus en een gouden beker voor. Het publiek heeft vol uitzicht op zijn strakke, gifgroene slip. Dan kijk ik toch liever naar Fikkie in een poppenbroekje.

(Column 8 ´Coreanne in Quito, voor De Gooi- en Eemlander, september 2011)

woensdag 24 augustus 2011

Happiness

maandag 15 augustus 2011

donderdag 21 juli 2011

La muerte...

maandag 11 juli 2011

Polylepis Lodge Part I: ´El Paraíso´

 








De Polylepis Lodge stond al een poosje op het verlanglijstje en afgelopen weekend was het zover. Dit beschermde privé-natuurreservaat in de bergen ligt vlakbij het plaatsje El Angel en slechts anderhalf uur reizen vanaf huis, maar toch is het ´in the middle of nowhere´-gevoel hier al sterk aanwezig.
Maar dat is dan ook typisch Ecuador, want binnen een uur rijden ging ik van een t-shirtje met zonnebril naar drie truien, twee fleecejassen en een paar kaplaarzen.

De Polylepis Lodge ligt midden in het mooie Andesgebergte, op bijna vierduizend meter hoogte en dat betekent kou, erge kou. Maar we zijn wel wat gewend als Holandesa... Toch was het een beetje jammer dat in de cabaña de kittige houtkachel het niet deed door nat hout (zelfs een paar opgeofferde sokken wilde geen vlam vatten...) en ook de jacuzzi was weinig aantrekkelijk (met bruine drap of gewoon geen water). Maar dat mocht de pret niet drukken. Ik ben zelden op zo´n mooie plek geweest...

Kijk voor meer informatie op http://www.polylepislodge.com/.

 









Polylepis Part II: ´El Bosque´

De lodge dankt zijn naam aan de Polylepis-boom, die volgens gids Gustavo slechts een paar millimeter per jaar groeit. De eeuwenoude bomen staan dicht op elkaar in een zompige ondergrond en zorgen voor een jungle-effect met veel groen en vocht. Een jungle, maar dan hoog in de bergen...














Eenmaal boven de boomgrens kom je op het terrein van de zeldzame Fraylejon (zie foto onder), dat doet denken aan een soort van maanlandschap. De plant groeit maar één centimeter per jaar, staat het grootste deel van de dag tussen de wolken en komt alleen op deze plek in Ecuador voor. In groten getale, dat wel. Een magisch gezicht...

Polylepis Part III: ´Las Flores´




 

Polylepis Part IV: ´Las chicas´


Foto onder: meisje links is Estefania, vier jaar en acht maanden (ja, dat dat even duidelijk mag zijn...), logeert vaak op de Polylepis Lodge, is erg pienter, vrolijk en al tante van Janine, kan goed dansen en wordt later een profesora in poppen en ijs. Daarnaast Janine, vijf jaar en drie maanden, woont op de Polylepis, is eigenwijs en springerig, stelt zich altijd voor met haar volledige naam (en die is lang...), houdt van kaarsjes uitblazen en wil graag juf worden.

Polylepis Part V: ´Kiek verslaat...´

vrijdag 8 juli 2011

Oruga

En dat moet nog een vlinder worden...

zaterdag 2 juli 2011

El mundo del girasol

dinsdag 28 juni 2011

Zonaanbidders


Nederland mag dan van alle gemakken zijn voorzien, een beetje meer zonlicht zou het net iets aangenamer maken. Alhoewel een sneeuwbui zeker charme heeft, worden de warme dagen pas echt gekoesterd. Typisch Hollands is de korte broek, die bij de eerste zonnestraal meteen uit de kast wordt getrokken. En stralend weer staat ook garant voor files richting de kust, lege schappen op de vleesafdeling, bomvolle terrassen en overuren voor de ijsboer.

In Ecuador is de regentijd net voorbij, het enige seizoen naast ’gewoon’ zomer. De flinke en vaak onverwachte plensbuien hebben behoorlijk wat ellende aangericht, ook hier in de buurt. Modderstromen hebben huizen, wegen en oogsten vernield. Ook zijn er meerdere doden gevallen, onder wie een klein meisje dat onder haar bed wilde schuilen en later onder een dikke laag modder werd teruggevonden. Vandaag de dag schijnt de zon weer volop en is het zelfs sproeien geblazen. De Ecuadorianen houden alleen niet van bakken in de zon. Terrasjes zijn er nauwelijks en in het park blijven de bankjes buiten de schaduw onbezet. Die zijn voor de toeristen. Maar ze zijn de lichtbol wel dankbaar. Zo was ik een paar maanden terug getuige van een traditionele zonneequinox in de hooglanden en afgelopen week was de oerkracht van de zon weer reden tot een feestje.

Vanuit ons huis hebben we zicht op twaalf grafheuvels, waarvan ik het bestaan tot voor kort niet kende. Nu is het landschap hier nogal heuvelig en reikt mijn archeologische kennis niet verder dan dat een bobbel gewoon een klein bergje is. Maar goed, eenmaal gespot zijn ze onmiskenbaar erg bijzonder. Rond deze grafheuvels kwamen de dorpelingen samen voor het vieren van een nieuw zonnejaar. De mannen hadden een soort van cowboypakken aan en de vrouwen droegen naast hun mooiste rok een dikke kip onder de arm. Met zang, dans en drank bedanken ze de zon voor haar warmte en levenslicht. Ook vragen ze om een goed seizoen. Het zonnefeestje ging nog de hele week door met optochten en muziek. Opvallend beleefd wel, want voor niets gaat de zon op. Eigenlijk zou Nederland ook zo’n zonneviering moeten houden. Gewoon een dag verplicht met zijn allen in korte broek genieten van mooi weer en de zon een beetje bedanken. Misschien dat zij zich dan wel wat vaker laat zien?

(Column 7 'Coreanne in Quito', voor De Gooi- en Eemlander, juni 2011)