maandag 11 juli 2011

vrijdag 8 juli 2011

Oruga

En dat moet nog een vlinder worden...

zaterdag 2 juli 2011

El mundo del girasol

dinsdag 28 juni 2011

Zonaanbidders


Nederland mag dan van alle gemakken zijn voorzien, een beetje meer zonlicht zou het net iets aangenamer maken. Alhoewel een sneeuwbui zeker charme heeft, worden de warme dagen pas echt gekoesterd. Typisch Hollands is de korte broek, die bij de eerste zonnestraal meteen uit de kast wordt getrokken. En stralend weer staat ook garant voor files richting de kust, lege schappen op de vleesafdeling, bomvolle terrassen en overuren voor de ijsboer.

In Ecuador is de regentijd net voorbij, het enige seizoen naast ’gewoon’ zomer. De flinke en vaak onverwachte plensbuien hebben behoorlijk wat ellende aangericht, ook hier in de buurt. Modderstromen hebben huizen, wegen en oogsten vernield. Ook zijn er meerdere doden gevallen, onder wie een klein meisje dat onder haar bed wilde schuilen en later onder een dikke laag modder werd teruggevonden. Vandaag de dag schijnt de zon weer volop en is het zelfs sproeien geblazen. De Ecuadorianen houden alleen niet van bakken in de zon. Terrasjes zijn er nauwelijks en in het park blijven de bankjes buiten de schaduw onbezet. Die zijn voor de toeristen. Maar ze zijn de lichtbol wel dankbaar. Zo was ik een paar maanden terug getuige van een traditionele zonneequinox in de hooglanden en afgelopen week was de oerkracht van de zon weer reden tot een feestje.

Vanuit ons huis hebben we zicht op twaalf grafheuvels, waarvan ik het bestaan tot voor kort niet kende. Nu is het landschap hier nogal heuvelig en reikt mijn archeologische kennis niet verder dan dat een bobbel gewoon een klein bergje is. Maar goed, eenmaal gespot zijn ze onmiskenbaar erg bijzonder. Rond deze grafheuvels kwamen de dorpelingen samen voor het vieren van een nieuw zonnejaar. De mannen hadden een soort van cowboypakken aan en de vrouwen droegen naast hun mooiste rok een dikke kip onder de arm. Met zang, dans en drank bedanken ze de zon voor haar warmte en levenslicht. Ook vragen ze om een goed seizoen. Het zonnefeestje ging nog de hele week door met optochten en muziek. Opvallend beleefd wel, want voor niets gaat de zon op. Eigenlijk zou Nederland ook zo’n zonneviering moeten houden. Gewoon een dag verplicht met zijn allen in korte broek genieten van mooi weer en de zon een beetje bedanken. Misschien dat zij zich dan wel wat vaker laat zien?

(Column 7 'Coreanne in Quito', voor De Gooi- en Eemlander, juni 2011)

woensdag 15 juni 2011

Dag


De wereld lijkt zo groot, maar de afstanden zijn alleen maar een kwestie van tijd. Toen ik hoorde dat mijn stiefvader was overleden, was een ticket binnen een dag geboekt en de koffer zo gepakt. Als je op zo’n moment niet meteen bij je familie kunt zijn, zorgt dat voor een eenzaam en onrustig gevoel. En dat was eigenlijk voor het eerst sinds ik mijn voet op buitenlandse bodem zette.

Het thuisfront in Ecuador verzekerde mij dat ik na zo’n korte periode geen last zou hebben van een cultuurschok, maar toch zie ik voortdurend grote verschillen tussen de twee landen die nu allebei mijn thuis zijn. Op Schiphol kijk ik op naar mijn lange landgenoten die zijn opgegroeid met liters melk en kilo’s kaas. Welkom in het kleine landje vol rijke reuzen.
Eenmaal thuis kan ik weer op hakken lopen en een stukje fietsen. Ik eet bruine boterhammen met pindakaas, poffertjes met poedersuiker en een halve rookworst van de Hema. Het toiletpapier mag gelukkig gewoon weer in de wc-pot in plaats van in een emmertje en dat went een stuk sneller dan andersom. Home sweet home.
In het Gooi lijkt niets te zijn veranderd. Bij t’ Bonte Paard smaken de kroketten weer als vanouds en rijden de luxe auto’s nog altijd voorbij. Ook mijn oude huisje in Laren staat er nog precies zo bij met dezelfde gordijnen voor de ramen. Waar ik wel met verbazing naar kijk: elk kind heeft hier een Nintendo DS (in Ecuador is de ouderwetse diabolo erg gewild), gesjok tijdens de jaarlijkse avondvierdaagse (voor veel Ecuadoriaanse kinderen gelijk aan elke dag heen en terug naar school) en dat in Nederland blijkbaar alles bespreekbaar moet zijn, want bij omroep Max praten ouderen al om half elf ’s ochtends over hun ingekakte seksleven (verder geen commentaar).

Vier dagen na mijn aankomst loop ik met mijn familie in een lange stoet richting begraafplaats. Onder een stralende zon duwen we, allemaal in het wit gekleed, de zwarte rieten kist naar het kerkhof. Het geheel voelt buitenlands aan, als een mediterraan sfeertje speciaal voor hem, want daar hield hij zo van. Volgende week zit ik weer tegenover mijn Ecuadoriaanse lerares te zweten op een rijtje onregelmatige Spaanse werkwoorden, alsof er niets gebeurd is. Het leven gaat razendsnel en daarom sluit ik af met het levensmotto van mijn beste stiefvader, dat hij tot zijn laatste snik heeft uitgedragen: carpe diem.

(Column 6 'Coreanne in Quito', voor De Gooi- en Eemlander, juni 2011)

dinsdag 31 mei 2011

Prinses


Integreren is geen eenzijdig proces. Je eigen weg vinden in een vreemd land is één ding, maar de nieuwe omgeving moet ook aan jou wennen. In het Gooi was ik een doodnormale jonge vrouw met een relatief oude auto, een klein huis en een gemiddelde beurs. Maar hier in Ecuador betekenen die gegevens niets anders dan pure luxe. En daar wordt al snel een bepaalde status aan verbonden. Zo vindt de tuinman van de huisbaas het maar vreemd dat ik zelf de was doe, de stoep veeg, soms de bus in plaats van de auto neem en met een afvalzak loop te sjouwen. Dat ik er niet over peins dat een ander te laten doen, ookal kan ik het betalen, kan hij al helemaal niet vatten.

De eerste keer boodschappen doen op de dorpsmarkt was net zo´n gemaskerd bal. Niet alleen zag ik mezelf van een afstandje tussen de kraampjes lopen, als een onzekere presentatrice in een slecht reisprogramma, ook bekroop mij het gevoel alsof de complete bevolking van Ecuador mij aanstaarde. Een komkommer kopen heeft nog nooit zo bijzonder gevoeld. Na een tijdje inburgeren blijft de interesse onverminderd groot. Op straat wordt er regelmatig in mijn oor gehijgd, gefluisterde zinnen in het voorbijgaan, uiteenlopend van een aardig complimentje tot een spontane liefdesverklaring. Maar helaas zijn er ook de boze blikken, waarschijnlijk als overblijfsel van de vroegere kolonisatie. Vorige week nog werd ik op diezelfde markt gepasseerd door een jongen, die niet al te vrolijk keek. En voordat ik het doorhad, mepte hij mij, het blondje in den vreemde, vol op mijn achterwerk met zijn petje. Om dit te kunnen voorkomen, trekken sommige buitenlanders een traditioneel pakje aan. Maar op die manier wil ik niet integreren. Bovendien doet dat me te veel denken aan blanke Afrika-fanaten, die op straat helemaal losgaan op hun djembés. Die spierwitte kuiten onder exotische gewaden zien er maar raar uit. En hoe hard ze ook trommelen, Afrikaans zullen ze nooit worden.
De tuinman ziet langzaam mijn prinsessenimago afbrokkelen. Ik drink een biertje terwijl ik met mijn blote handen in de moestuin woel en breng hem versgeperste sapjes als hij zwetend staat te ploegen op het land. Hij houdt nog afstand en is niet echt overtuigd van mijn integriteit, maar gelukkig begint hij al te wennen aan mijn misschien andere, maar toch echte menselijke trekjes.
 
(Column 5 'Coreanne in Quito', voor De Gooi- en Eemlander, mei 2011)

vrijdag 20 mei 2011

Wonderful Papallacta

Wandelen door de hooglanden, staren naar vulkanen en bergmeren, mooie bloemetjes en beestjes (babylama´s!) fotograferen, rivieren oversteken, watervallen zoeken en dan... flink uitgeput - maar zo voldaan - urenlang poedelen in de thermische baden van hotel Papallacta. Feels like heaven...
Kijk voor meer informatie op http://www.termaspapallacta.com/

Flores Papallacta

vrijdag 13 mei 2011

Graffiti-art in de straten van Ibarra...

maandag 2 mei 2011

Legging


Breedbeeld-tv’s, grote koelkasten, glimmende horloges en de nieuwste mobiele telefoons. De materialistische luxe van de westerse wereld dringt zich steeds meer op aan de Ecuadoriaanse bevolking. Gaan wij in Nederland juist terug naar de basics met een biologische maaltijd op een steigerhouten tafel, hier doen ketens als Kentucky Fried Chicken en de Pizza Hut erg goede zaken. Ze hebben het beste hout en het lekkerste eten van eigen grond, maar de meeste Ecuadorianen lijken toch een meerwaarde te hechten aan producten van overzee. Ook op straat gaan de mensen voor hip met veelal een namaakmerk. Maar ze gaan met hun sneakers en skinny jeans in ieder geval met de tijd mee.

Voor de gemiddelde toerist is dit niet het ideaalbeeld van een exotische trip naar een land in ontwikkeling, maar de plaatjes in de reisgidsen zijn ook in het echt te bewonderen. In het dorpje Otavalo kleden veel locals zich nog naar de authentieke klederdracht. Ze zijn zichtbaar beretrots op hun hagelwitte bloesjes met zelfgemaakte borduursels,fluwelen schoenen en ingevlochten haren. Dit dragen ze niet alleen op een dag als Koninginnedag, maar altijd, want hun culturele identiteit heeft niks met een koningshuis te maken. Dat ze daarna met de hele familie in de nieuwste Chinese terreinwagen stappen in plaats van op een paard, vertroebelt het romantische beeld van de westerse toeschouwer wel een beetje. Maar we kunnen het ze niet kwalijk nemen. De wereld verandert en zij hebben het volste recht om mee te doen.

Maar hoelang kunnen ze hun eigenwaarde en tradities nog behouden? In het binnenland zijn er indianenstammen, die al heel goed weten hoe de wereld in elkaar steekt. Want zodra er een bootje met toeristen aan land komt, ruilen ze snel hun spijkerbroek met Blackberry om voor een rieten rokje met peniskoker. En voor wat extra dollars willen ze ook nog wel een gek dansje doen, waarvan wij denken dat het eeuwenoud is. Ook maken de Ecuadorianen houten maskers van bijzondere koppen, maar je moet niet vragen naar de oorsprong of betekenis. De marketingstrategie is dat wij buitenlanders het mystiek vinden, maar bij hen komt het voor geen goud aan de muur.
Het enige wat gelukkig nog niet lijkt te zijn doorgedrongen, is het ’Barbie-complex’. Het begeerlijke maatje 36 wordt hier nauwelijks geambieerd. De vrouwen, hoe mollig ook, kennen geen schaamte, geen eierkoek of Sonja Bakker, alleen maar pure trots. Ze paraderen in volle glorie voorbij, zelfs in een nietsverhullende legging. Want ook die is in groten getale overgewaaid.

(Column 3 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, april 2011)

vrijdag 29 april 2011

Muchos colores







dinsdag 19 april 2011

Awesome Otavalo

maandag 18 april 2011

Autogek


Bij het meer Yahuarcocha in de provincie Imbabura komen op zondag tientallen families samen voor een wandeling, bootje varen, het eten van een visje of een picknick. Rond het meer ligt een opvallend gladde weg die leuk is voor een soepel ritje, maar vooral om de auto eens goed te laten zien. Keek ik op Brink in Laren nog mijn ogen uit bij een Maserati of een Bentley, hier is de show verbluffender. De Ecuadorianen zijn dol op hun wagens. Ze worden gepimpt met gekleurde lampjes op de grill en achterbumper, met idiote toetergeluiden of verbreed door dikke banden tot ver buiten de wielkassen te plaatsen. En wie zijn automerk zat is, plakt er gewoon een nieuwe op zoals ’Lambourrini’, want niemand remt hier voor een spelfoutje. Voor een echt nieuw model sluiten sommige Ecuadorianen met alle liefde een flinke lening af, ook al slokt die maandelijks de helft van het salaris op. Maar wie rijdt, is hier de man.

Een ruig zondagsritje...
In de hoofdstad Quito is verkeer een hot item. Onlangs is de lasergun geintroduceerd en vorig jaar werd Pico y Placa ingevoerd, een systeem waarbij auto’s – afhankelijk van het laatste cijfer op de kentekenplaat - een dag in de week niet tijdens de spits de weg op mogen. Het lijkt de files te beperken, ook al gaan er geruchten dat rijke Ecuadorianen gewoon een tweede auto kopen. Want welke regel er ook wordt ingevoerd, er worden er tegelijkertijd net zoveel aan de laars gelapt. Bellen onder het rijden of stoppen op de snelweg voor een plasje of het bijvullen van de ruitensproeier is heel normaal. Net als rechts inhalen en rechts afslaan bij rood licht. In mijn stadje geeft verkeer uit noordelijke richting voorrang aan dat vanuit het zuiden en op rotondes zoek je het zelf maar uit. Ondanks het chaotische tafereel gaat het allemaal goed, maar voor deze Hollandse automobiliste, die blind vaart op een stopbord of haaientand, is er geen chocola van te maken. Gewoon doorkarren lijkt het beste.
Yahuarcocha stroomt aan het einde van de zondagmiddag weer leeg. De bootjes gaan naar de kant, kleedjes worden opgevouwd, prullenbakken volgepropt en de kinderen op de achterbank gezet. Een witte Toyota rijdt langzaam voorbij. Uit de openstaande achterklep steken vier bruine schoenen en twee kruintjes van gitzwart haar. Het wordt hoog tijd voor een nieuwe zeszitter, moet pa gedacht hebben.

(Column 2 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, april 2011)

maandag 4 april 2011

Sleutelbos


Landen op de luchthaven van Quito is al een ervaring op zich. Het vliegtuig maakt eerst een grote draai boven de stad en duikt dan tussen de bergketens door naar beneden. De duizenden huizen in de vallei en tegen de immense heuvels zorgen voor een mooi plaatje, maar een beetje gevaarlijk is het wel. Quito bouwt dan ook aan een nieuwe luchthaven. Op een langgerekte bergtop, ver buiten de bebouwing, prijkt al een gloednieuwe verkeerstoren tegen een heldere blauwe lucht.
Een paar uur eerder, tijdens een tussenstop op het vliegveld van Panama, ruik ik Zuid-Amerika al een beetje. Een zoetige geur die doet denken aan zonnebrandolie op vakantie, vermengd met een vleugje benzine. I love it. Het doet me goed na uitzwaaien op Schiphol, waar ik me na de douane in een soort van niemandsland bevind. Dit gevoel hangt letterlijk uit mijn handbagage: aan de rode keycord, die herinnert aan de open dag van De Gooi- en Eemlander, zit nog één sleutel. Die van het huis van mijn zus. Dit is dus alles achterlaten. 
Hello, new world!
Op Quito wacht manlief met Ecuadoriaanse zonnebloemen en het nieuws dat de kust van Ecuador wordt bedreigd door een tsunami vanuit Japan. Mijn hart klopt in meerdere opzichten. In de auto luisteren we naar het nieuws op de radio, dat meldt dat honderden families per bus worden geëvacueerd naar het binnenland. ,,Moeten we niet helpen?’’, vraag ik aan Chepo, zoals hij hier genoemd wordt. Hij lacht en rijdt in een pittig tempo door naar mijn nieuwe woonplaats die ver van de kust op een slordige 2200 meter hoogte ligt. Ons huis ligt nog iets hoger en wordt omheind door een haag van bloeiende bougainvilles. Op het erf scharrelen twee honden, kippen en sinds kort ook twee kleine koeien, die tuinman Manuel gaat vetmesten voor een extra zakcentje. Hij is de eerste met wie ik hier kennismaak, alleen wil hij zijn vieze hand niet met de mijne schudden. Ook voegt hij er nog een overbeleefde ’at your service’ aan toe. Gelukkig komt die nederigheid bij mij niet over, want volgens Chepo sta ik zelf nog bij elke Ecuadoriaan te knikken als een nerveuze Chinees. Het is wennen. Mijn sleutelbos is nog niet gegroeid, maar dat gaat snel gebeuren. Het vakantiegevoel maakt langzaamaan plaats voor een nieuw thuis. Ik ben geland.
(Column 1 ´Coreanne in Quito´, voor De Gooi- en Eemlander, april 2011)

maandag 28 maart 2011

Kleine vulkaan

De Cunrru, Imbabura, Ecuador.


Halverwege...
   
De vulkaan Cunrru in de provincie Imbabura lijkt een kleintje, maar toch was het een steile klim van bijna twee uur tot de top. Eenmaal boven op ruim 2700 meter - compleet gesloopt en buiten adem - wachtten varkens, schapen, paarden en een bijzonder meer bedekt met rode algen.

Wat zijn ze lelijk...
 
En wat is dit toch mooi...


Flores Cunrru



zaterdag 26 maart 2011

Parada bonita

 
Leuk gezelschap bij de bushalte...



maandag 21 maart 2011

Mooi publiek bij Cochasqui...

maandag 30 augustus 2010

Paaaaella!

 

Na een hoop Spaanse woorden en zinnen stampen, leerde ons klasje tijdens de laatste les Spaans hoe een echte authentieke paella te maken. Heel erg lekker en zoals Carolina dat doet - gewoon alles in een paellapan gooien en koken maar - lijkt het best gemakkelijk, maar ik moet eerst maar eens zien of dat in m'n eentje gaat lukken...

Paella vindt zijn oorsprong in het Latijnse woord patella (pan), maar mooier is natuurlijk het 'para ella' verhaal: een speciaal maal voor haar gemaakt (de koningin van Spanje). Volgens Carolina is het dan ook een gerecht dat vaak door mannen wordt gemaakt, in Spanje dan. Zouden ze echt zo romantisch zijn, die Spanjaarden?
En op verzoek van Carolina, wie ook Spaans (en paella maken) wil leren: http://www.spaanselesamersfoort.eu/

woensdag 2 juni 2010

Beeld van Mompiche (Ecuador)



Strand zoals een strand eigenlijk hoort te zijn...